Sinds het voorjaar van 2025 werkt de gemeente Ede met lokale boeren, Soil Valley en Agricycling samen in het project ‘Lokaal produceren van hoogwaardige compost uit gemeentelijk berm- en slootmaaisel’. Het doel hiervan? Bij lokale boeren hoogwaardige controlled microbial composting (CMC-compost) maken, die goed is voor landbouw, natuur en klimaat.
Gemeentelijk project voor hoogwaardige compost
De gemeente Ede wil groen restmateriaal niet langer afvoeren als afval, maar het juist benutten (circulair terreinbeheer) als bron voor gezonde landbouw en natuur. Agricycling Fryslân Coöperatief in Friesland en andere goede praktijken in het land vormden de inspiratiebron voor deze wens. In Ede komt jaarlijks veel bermmaaisel vrij. Door dit bij boeren in de buurt te composteren kan deze gemeente de nutriëntenkringloop lokaal sluiten (de voedingsstoffen uit het maaisel worden lokaal gebruikt). De hoogwaardige compost, die na het composteringsproces ontstaat, kunnen boeren als bodemverbeteraar op het land gebruiken.
Lokaal composteren levert veel voordelen op
Het compostproject heeft verschillende positieve effecten. Doordat de gemeente maaisel lokaal kan afzetten, vermindert zij bijvoorbeeld het aantal te rijden kilometers. Een gezonde bodem is de stille kracht onder onze voedselproductie en natuur. Door het toevoegen van compost komt er meer organische stof en voedingsstoffen in de bodem. Deze organische stof vormt het voedsel voor bodemorganismen en verbetert de structuur van de bodem. Daardoor kan de bodem regenwater beter opnemen en langer vasthouden, wat helpt bij zowel natte als droge periodes. Tegelijk wordt koolstof vastgelegd in de bodem en groeien planten sterker en weerbaarder. Zo speelt een gezonde bodem een sleutelrol in duurzame landbouw, klimaatadaptatie en vitale gewassen.
Robin van Schie van Soil Valley noemt nog een ander voordeel: ‘Tijdens een veldbezoek aan Agricyling in Friesland vertelde een boer, die al drie jaar compost gebruikt op zijn graslanden, dat hij volledig gestopt is met kunstmest. Omdat dit niet meer nodig is.’ Door de CMC-compost neemt de behoefte aan kunstmest en bestrijdingsmiddelen dus af. En dat is gunstig is voor milieu en klimaat.
Arjen Bieleman, gemeentelijk projectleider: ‘Wat ons aanspreekt in dit project is dat het bijdraagt aan vele opgaves. Van boeren die hiermee een betere ketenpositie kunnen verkrijgen, tot het concreet werken aan een gezondere bodem en het versterken van de circulaire economie in onze gemeente.’
Wie doet wat?
Soil Valley ondersteunt de gemeente bij de opstart van het keten project en houdt zich tijdens dit project vooral bezig met de fase totdat de eerste pilot kan plaatsvinden. Een kundig en effectief team ondersteunt de gemeente vooral met inhoudelijke, juridische en organisatorische zaken. Agricycling is de beweging waarin boeren, gemeenten, kennisinstellingen en partners samenwerken om kringlopen écht te sluiten. Vanuit de federatie Agricycling wordt in andere regio’s ondersteuning gegeven bij het opzetten van de samenwerking met de boeren en de gemeenten en het komen tot een compost coöperatie. Zij begeleiden ook de pilots bij de boeren en controleren en borgen de kwaliteit van de CMC-compost. Voor dit eindproduct gelden namelijk hogere kwaliteitseisen dan bij bijvoorbeeld groen-compost of gft-compost.In Ede start in het voorjaar 2026 een aantal pilots bij de boeren om compost op hun erf te produceren.
Soil Valley maakte een plan van aanpak voor deze ketenopbouw. Debbie Appleton had daarbij vanuit Soil Valley de rol van ketenregisseur. Zij heeft veel ervaring in de circulaire economie, de verduurzaming van systemen en coördineerde ook de verschillende betrokken partijen. Robin van Schie bracht met zijn achtergrond in de ecologie en landbouw veel kennis in over de bodem, het bodemleven en het effect van compost daarop.
Grootste uitdaging
Robin van Schie: ‘De grootste uitdaging in dit ketenproject is dat groene reststromen volgens de wet worden gezien als afval, en niet als grondstof. Met circulair terreinbeheer verander je dit denkkader. Het maaisel, de houtsnippers en de bladeren zijn namelijk belangrijke grondstoffen die je op locatie kunt verwerken tot bodemverbeteraars. Toewerken naar het einde van de afvalstatus brengt veel spanningen met zich mee bij de omgevingsdiensten, juristen en ambtenaren bij de gemeente. Soil Valley en Astrid Meijer van het kennisprogramma Circulair terreinbeheer springen voor de gemeente in de bres door met gedegen argumenten en pragmatisch denken tot oplossingen te komen. Gelukkig zijn de lokale omgevingsdiensten ook enthousiast en denken ze constructief mee.’
Routekaart
Wat eerder als afval werd gezien, komt met dit project direct ten goede aan de landbouw en natuur. Zo krijgt groenbeheer een nieuwe betekenis en ontstaat een circulaire samenwerking tussen gemeente, boeren en loonwerkers. Arjen Bieleman, gemeentelijk projectleider: ‘Soil Valley heeft met zijn expertise en bevlogenheid een belangrijke rol gespeeld om iedereen enthousiast te krijgen en een heldere routekaart uit te stippelen. De komende periode proberen we de laatste hobbels weg te nemen, zodat we in 2026 kunnen starten met de eerste pilots.’