Kwartiermaker compost

Kwartiermaker compost

Samen met experts en praktijkpartners maakt Soil Valley kennis over organische bodemverbeteraars toegankelijk voor de praktijk.

Wat als een groot deel van de oplossing voor bodemgezondheid, klimaatadaptatie en kringlooplandbouw al bestaat, maar de kennis erover verspreid ligt? Waar begin je als je het overzicht wilt over tientallen initiatieven, experts en praktijkervaringen? Hoe breng je al die inzichten samen zodat het direct bruikbaar is voor de praktijk?

Vanuit die opgave startte Soil Valley, in opdracht van Provincie Gelderland, een onderzoek naar organische bodemverbeteraars. Samen met een breed netwerk van boeren, specialisten en overheden brachten projectleider Debbie Appleton en projectmedewerker Robin van Schie bestaande kennis, praktijkervaringen en lessen over organische bodemverbeteraars in kaart. Het resultaat: een toegankelijk overzicht van inzichten die direct bruikbaar zijn voor de praktijk. Deze inzichten deelt Soil Valley de komende periode op LinkedIn, de nieuwsbrief en de website. Maar wat ging daaraan vooraf? Debbie en Robin nemen ons in dit interview mee in verrassende inzichten en belangrijke lessen.

De bodem als sleutel voor meerdere opgaven

Organische bodemverbeteraars zoals compost, bokashi, ruige mest, vloeibare fermenten en ondersteunende gewassen kunnen oplossingen bieden voor bodemgezondheid, klimaatbestendigheid, stikstofreductie en CO₂-opslag. “We ontdekten al snel dat er veel praktijkkennis beschikbaar is binnen projecten, organisaties en bij experts. De uitdaging zat niet zo zeer in het vinden van nieuwe inzichten, maar in het bijeenbrengen van wat er al is, het invullen van gaten en het begrijpbaar presenteren.” vertelt Debbie.

Daarom bracht Soil Valley bestaande initiatieven in beeld, hoe organische bodemverbeteraars worden gemaakt, welke organische reststromen kunnen worden ingezet, welke randvoorwaarden succesvolle toepassingen mogelijk maken en welke knelpunten verdere opschaling in de weg staan. Zo ontstond een breder beeld van wat werkt in de praktijk en welke lessen toepasbaar zijn in andere regio’s en situaties.

‘De beste’ bestaat niet

Een relevant inzicht is dat de keuze voor een specifieke bodemverbeteraar niet zo zwart-wit is als vaak wordt gedacht. Wat op papier een technische vraag lijkt, blijkt in de praktijk sterk afhankelijk van de omstandigheden waarin boeren, terreinbeheerders en andere partijen werken. “Wij gingen het project in met de verwachting dat bodemtype en gewas bepalend zouden zijn voor de keuze van een bodemverbeteraar,” vertelt Robin. “Maar tijdens het onderzoek ontdekten we dat andere factoren vaak minstens zo belangrijk zijn. Welke organische reststromen zijn beschikbaar? Welke machines en technieken kun je inzetten? En met welke partijen kun je samenwerken?”, vertelt Robin.

Er bestaat niet één optimale oplossing die overal werkt. “De vraag is niet welke bodemverbeteraar het beste is”, zegt Robin. “Ze zijn allemaal waardevol op hun eigen manier. De vraag is vooral hoe je beschikbare grondstoffen, kennis en partijen bij elkaar brengt om er in de praktijk mee aan de slag te gaan.”

De kracht van samenwerking

Voor het onderzoek sprak Soil Valley met circa 33 experts en ervaringsdeskundigen uit verschillende delen van het werkveld. De resultaten werden eerst getoetst in een expertpanel en gebruikersgroep. Debbie: “Deze samenwerking leverde niet alleen nieuwe inzichten op, maar ook een beter beeld van de voorwaarden voor succesvolle toepassing en opschaling.”

Bodem verbeteren is het nieuwe normaal

Tijdens het onderzoek werd ook duidelijk dat veel initiatieven nog tegen organisatorische en juridische onduidelijkheden aanlopen. Vooral wanneer gemeenten, boeren en andere ketenpartners samen willen werken rond lokale groenstromen, zijn duidelijke afspraken, kwaliteitssystemen en heldere rollen essentieel.

Tegelijkertijd groeit de overtuiging dat organische bodemverbeteraars een belangrijke bouwsteen zijn voor sterkere regionale kringlopen, nutriënten zekerheid en weerbare systemen. Daarvoor is niet alleen kennis nodig, maar ook bestuurlijke ruimte en lef om nieuwe werkwijzen mogelijk te maken.

“Op veel plekken zien we de wil om hiermee aan de slag te gaan,” zegt Robin. “De volgende stap is dat succesvolle voorbeelden sneller worden opgeschaald en dat partijen elkaar makkelijker weten te vinden.”

Gemaakt voor de praktijk

Voor Robin en Debbie zit de grootste waarde van het onderzoek in het toegankelijk maken van kennis uit onderzoek en praktijk. “We hebben geprobeerd iets dat ontzettend complex is terug te brengen tot een verhaal dat begrijpelijk en toegankelijk is, zonder de nuance te verliezen,” zegt Robin. Debbie vult aan: “Ik hoop vooral dat mensen straks snel kunnen zien wat er mogelijk is, welk effect verschillende bodemverbeteraars kunnen hebben en welke stappen ze zelf kunnen zetten. Daar hebben we het uiteindelijk voor gedaan.”

Dit is pas het begin 😉

In de komende weken deelt Soil Valley de belangrijkste inzichten uit het onderzoek in een reeks van elf LinkedIn posts en artikelen op de website. We duiken dieper in de verschillende typen bodemverbeteraars, praktijkervaringen, kansen voor regionale kringlopen en lessen voor boeren, overheden en andere ketenpartners.